Klassieker: spaghetti bolognese met veel groenten

Ongeveer een jaar geleden heb ik zondag ingeroepen als spaghettidag bij ons thuis. Om de simpele reden dat zondag daarvoor uithaaldag was 😀 Niet gezond dus, en kostelijk voor de portemonnee. Dus zorgde ik ervoor dat er altijd spaghetti (of andere pasta) in huis was, alsook gehakt in de diepvries en brikjes passata. Als ik dan geen zin had om uitgebreid te koken op zondag, konden we tenminste altijd spaghetti bolognese maken en toch iets vers en zelfgemaakt eten.

Ik weet niet hoe het bij jullie is maar ik maak mijn spaghetti bolognese altijd anders. Ik gebruik niet altijd dezelfde kruidenmengeling, en soms heb ik geen zin in stukjes groente erbij, andere keren net wel. Zo heb ik altijd een aantal groenten standaard in mijn ijskast: wortel, courgette en paprika. Uien en look liggen uiteraard ook steeds in de voorraadkast. Met deze basisingrediënten kan je altijd een lekkere bolognesesaus maken. Soms bewaar ik ook leftover-groenten van doorheen de week voor de spaghetti op zondag, zoals selder of champignons. Maar deze keer maakte ik hem met deze ingrediënten:

  • 1 rode paprika
  • 1 courgette
  • 1 ajuin
  • 2 teentjes look
  • 1 brik passata
  • gehakt (zo’n 100g per persoon)
  • 1 tl currypoeder
  • 1 tl paprikapoeder
  • 1/2 tl cayennepeper
  • peper & zout
  • olijfolie om te bakken
  • optioneel: geraspte kaas voor de afwerking
  • pasta: spaghetti

Breng een grote pot water met een snuifje zout in aan de kook voor de spaghetti. Was de groenten goed en snij de paprika in brunoise. Verhit een eetlepel olijfolie in een pot en begin met de paprika te bakken op een middelhoog vuur. Deze heeft het langste nodig om te garen. Versnipper je ui en voeg deze bij de paprika. Als laatste snij je de courgette in brunoise en bak je deze mee met de rest van de groenten. Kruid met de cayennepeper, curry- en paprikapoeder. Breng op smaak met peper en zout. Zet een deksel op de pot en laat op een zacht vuurtje garen. Roer regelmatig om.

Ondertussen bak je het gehakt rul in een pan. Kruid af met peper en zout. Wanneer het gehakt gebakken is, doe je dit bij de groenten en voeg je de passata toe. Laat rustig verder pruttelen.

Kook de spaghetti zoals aangegeven op de verpakking. Giet hem af en verdeel hem over de borden. Doe er een soeplepel (of twee :D) van de saus over en werk af met wat geraspte kaas. Smullen geblazen voor klein en groot met deze heerlijke spaghetti bolognese, én je hebt meteen een goede portie groenten binnen! Smakelijk 🙂

Tips:
– Eender welk type pasta zal bijna altijd gaar zijn wanneer hij komt bovendrijven in het water. Proef even om te checken maar zorg steeds dat hij niet overgaar kookt, anders krijg je een platte brij op je bord. Meestal moet pasta zo’n 2 tot 5 minuten langer koken dan op de verpakking staat aangegeven, afhankelijk van de dikte van de pasta. Altijd voorproeven is dus de boodschap!
– Wil je de spaghetti bolognese op voorhand mengen in de pot? Hou dan een soeplepel van het kookvocht apart en giet deze over de pasta alvorens de saus toe te voegen. Zo zal je saus heerlijk aan de spaghetti kleven en zorg je er ook voor dat de slierten niet aan elkaar gaan plakken.

Neem ook eens een kijkje op mijn Instagram en Facebook, en volg mij voor meer leuke posts over food en momlife! 😉Tag me zeker als je een van mijn gerechtjes klaarmaakt, ik ben benieuwd naar jullie creaties!

Advertentie

Klassieker: Chocolate Chip Cookies

Dit is echt by far het leukste wat je met je kindjes kan bakken! Niet alleen is het gewoon heel leuk om te doen, maar de geur die in je keuken verspreid wordt, het uitkijken naar het bruinen van de koekjes en niet te vergeten, dan dat eerste koekje proeven, is gewoon magisch voor hen. Zeker een aanrader om samen te maken dus tijdens deze quarantaine.

Voor het recept dat ik gebruikte heb je de volgende ingrediënten nodig:

  • 125g ongezouten boter (kamertemperatuur)
  • 200g blonde suiker
  • 1 ei
  • 1 el melk
  • 1 mespunt zout
  • 220g bloem
  • 100g pure chocolade

Ik maakte het deeg met een keukenmachine maar met een garde of handmixer kan je ze natuurlijk ook perfect maken. Begin met de suiker onder de boter te kloppen. Daar voeg je het ei, de melk en het mespuntje zout bij. Meng goed! Zeef de bloem en voeg ze gradueel toe aan je mengsel. Hak de pure chocolade (maar echt, eender welke chocolade is natuurlijk lekker 🙂 ) en meng deze onder je deeg.

Bekleed een bakplaat met bakpapier en verwarm de oven voor op 180 graden. Ondertussen maak je balletjes van gelijke grootte van het deeg. Leg ze per 6 of per 8 op de bakplaat en laat voldoende ruimte ertussen zodat ze kunnen uitzetten. Druk ze een beetje plat vooraleer je ze in de oven zet voor 10 tot 20 minuten, afhankelijk van je oven en de grootte van je koekjes. Laat de koekjes niet te hard bakken want bij de het afkoelen harden ze nog verder uit. Wanneer ze goudbruin zien zijn ze perfect!

Tips:
– In plaats van blonde suiker kan je ook kandijsuiker gebruiken of een mengeling van gewone en kandijsuiker.
– Als je perfect ronde en even grote koekjes wil, kan je het deeg verdelen met een ijsschep.
– Ik heb zelf geen mespunt zout toegevoegd omdat ik de pure chocolade “fleur de sel” van Delicata heb gebruikt voor deze koekjes (te verkrijgen bij Delhaize). Echt een aanrader!

Neem ook eens een kijkje op mijn Instagram en Facebook, en volg mij voor meer leuke posts over food en momlife! 😉

Klassieker: witloof in hesp en kaassaus

Ken je klassiekers, en wat voor een! Dit is veruit een van mijn lievelingsgerechten. #pizzaislife enzo, maar als het echt goed klaargemaakt is, dan stoot witloof in hesp & kaassaus die pizza toch van zijn troon 🙂

Alles staat of valt met de kwaliteit van de producten en van jouw bereiding. Iedereen kan dit gerecht maken, maar als je er de nodige zorg insteekt dan wordt deze klassieker gewoon echt een topgerecht! Lopende saus waar je de kaas niet in proeft, bittere witloof, droge puree, nee, dat willen we natuurlijk niet. Heerlijk romige patatjes met een stevige kaassaus en zachte, zoete witloof, zo wil je dit! Dit is een royaal gerecht en dat moet je geweten hebben.

Wat heb je nodig voor 2 personen?

  • 4 dikke stronken witloof van ongeveer dezelfde grootte
  • 400g loskokende aardappelen
  • 4 tot 8 sneetjes ham, afhankelijk van de grootte
  • 50g bakboter
  • 15g bloem
  • 1 liter halfvolle melk: 75cl voor de saus, 25cl voor de puree
  • 150g geraspte Emmentaler: 100g voor de kaassaus, 50g om te gratineren
  • 100g grana padano
  • zout
  • nootmuskaat
  • 1 el kokosolie

Begin met je witloof te kuisen en snij het het hartje onderaan uit de stronk. Zorg dat je niet te diep snijdt zodat de bladeren niet uiteen vallen. Dit kleine hartje wil je er wel uitsnijden want dit is net het gedeelte dat de witloof zo bitter laat smaken. Zeker voorzichtig weghalen dus! Stoom daarna de witloof tot hij bijna gaar is en laat uitlekken.

Ondertussen schil je de aardappelen, was ze goed en breng ze aan de kook. Giet ze af van zodra ze goed gaar zijn, voeg wat zout en nootmuskaat toe, een scheutje melk (25cl) en maak er puree van. Werk af door een eetlepel kokosolie door de puree te mengen, dit maakt hem lekker romig.

Voor de kaassaus maak je een bechamelsaus als basis. Laat de bakboter smelten en voeg een flinke eetlepel bloem toe. Laat de bloem kort even meebakken zodat de bloemsmaak eruit kan trekken. Daarna voeg je de melk toe in scheutjes, blijf goed roeren zodat je saus zeker niet aanbakt of klonters vormt. Telkens de saus goed ingedikt is, kan je een extra scheutje melk toevoegen. Wanneer de bechamelsaus klaar is, voeg je de kazen toe. Kruid af met zout en nootmuskaat.

Nu is het tijd om het witloof in te pakken. Leg 2 sneetjes ham half overlappend op elkaar (tenzij je grote lappen hebt, dan is 1 sneetje voldoende) en rol een stronk witloof erin op. Doe dit voor alle witloof. Leg ze naast elkaar in een ovenschotel en bedekt met de kaassaus. Strooi de extra kaas bovenop om de schotel lekker te laten gratineren. Zet in een voorverwarmde oven op 200 graden en laat 30 tot 40 minuten bakken, tot er een lekker korstje bovenop ligt.

De puree kan je ook mee gratineren in de oven, maar zorg dan dat hij zeker romig genoeg is zodat hij niet uitdroogt. Je kan hem samen met het witloof in de oven zetten, ze hebben beiden ongeveer even lang nodig om te gratineren.

Een echt wintergerechtje, maar laten we eerlijk zijn, dit smaakt altijd, toch?!

Tips:
– Wanneer ik puree maak, snij ik mijn aardappelen in dikke schijven. Zo zijn ze sneller klaar. Let wel op dat je ze niet te lang laat doorkoken want dan vallen ze uiteen en wordt de puree waterig. Van zodra ze gaar zijn moet je ze ook meteen afgieten.
– De kaassaus kan je ook maken met kokosolie in plaats van bakboter. Kokosolie verbrandt minder snel wanneer je hem laat smelten en heeft als extra voordeel dat het de smaak van de saus niet aantast, zoals bijvoorbeeld olijfolie wel kan doen.
– Wanneer je merkt dat je te weinig saus gaat hebben, blijf dan melk toevoegen, ook al dikt je saus niet meer goed in. Door de kazen toe te voegen zal hij de gewenste dikte krijgen. Je kan als dat nodig is altijd nog wat extra bloem toevoegen, maar doe dit in kleine hoeveelheden, door een fijn zeefje en al roerend zodat je geen klonters krijgt.

Neem ook eens een kijkje op mijn Instagram en Facebook, en volg mij voor meer leuke posts over food en momlife! 😉